We gaan het zwijn niet uithangen

We gaan het zwijn niet uithangen

Grote paniek op de Lindeman de afgelopen dagen, er werden berichten verspreid over een kudde everzwijnen die door de wijk daveren met een kracht die de Zuid-Europese winterstormen van de weerkaarten schudt.  Als het leger niet zo druk bezig was geweest met de voorbereiding van onze nakende inval in Rusland, ze hadden het bataljon Jagers te Paard opgetrommeld om dit gevaar uit de wildernis te bestrijden.

Nu kunnen we er alle begrip voor opbrengen dat aan die kant van de gemeente het aantal liefhebbers van varkensvlees gemiddeld een stuk lager ligt dan pakweg in Bolderberg, dat andere Pari Daiza van het wilde zwijn. Maar het ging in dit geval om een handvol doodsbange varkentjes die bij het zien van enige menselijke aanwezigheid halsoverkop de beschutting van de bossen opzochten, wellicht met de gedachte aan een voorvaderlijke hesp in de schouw in het achterhoofd.

Maar er is ook nog nergens sprake van schade. En zolang ze geen voetbalvelden omwoelen, tuinen plunderen – waar in deze tijd van ’t jaar al niet te veel te rapen valt – of onze kritieke energie infrastructuur niet aanvallen, moeten we de toestand niet dramatiseren. En volgens specialisten hebben deze wroeters ook niets te maken met de bacteriologische afwijkingen die in de watertoren, nochtans midden in hun leefgebied, zijn gemeten.

Zelfs de jagers zeggen dat de everzwijnenpopulatie hier onder controle is. En als er één categorie is, die maar al te graag ten strijde trekt tegen het zwijnengeboefte, dan zijn het wel de jagers. Zij zien hun kogels als parels voor de zwijnen en indien nodig zullen zij het varkentje wel even wassen. Maar misschien zitten hun diepvriezers nog volgepropt van vorig jaar. Laat ons hopen dat ook de zwijnenpaniek bekoelt. (Rik D., Dorpsfilosoof)87770